Beste mensen van het stadsdeel, 

Sinds kort worden we geconfronteerd met strenge eisen vanuit het Makkieproject. Voor ons is dat reden geweest om met elkaar in gesprek te gaan over wat we nu eigenlijk van die Makkies vinden. Onze ideeën hebben we vastgelegd in onderstaande korte notitie.
Daarover gaan we graag met jullie het gesprek aan.
In afwachting van een reactie
Met vriendelijke groet
de besturen van de stichting Dappere Dames en de stichting Buurtschouders. 

Korte Notitie ‘Ongemakkies’

“Iets goeds doen voor je buurt of buurtgenoten en tegelijkertijd een extraatje verdienen. Dat doe je met Makkies. Jij doet toch ook mee?”

Wie naar de website gaat van de Makkie vindt daar bovenstaande omschrijving. Het lijkt erop dat de organisatoren de Makkie beschouwen als een manier om iets te verdienen en dus als een vorm van betaling. Een betaling voor een eerder verrichte dienst. Maar een echte betaling is het niet, want dan zou de betaling tenminste gelijk moeten zijn aan het minimumuurloon. Maar als het geen echte betaling is, dan moet het iets anders zijn. Dan kom je al snel terecht bij een vrijwilligersvergoeding. De belastingdienst schrijft daarover:

U hebt afgesproken dat u voor uw inzet per uur een vergoeding ontvangt. En u bent 22 jaar of ouder. U krijgt een vergoeding van maximaal € 5,00 (2018: € 4,50) per uur, met een maximum van € 170 (2018: € 150) per maand en € 1.700 (2018: € 1.500) per jaar.

Nu is de vergoeding waar de belastingdienst het over heeft een maximum. De vergoeding mag lager zijn. Als de vergoeding hoger is dat € 5,00 per uur is het geen vergoeding meer, maar spreken ze van salaris. Maar een Makkie komt in de verste verte nog niet in de buurt van deze € 5,- en het is ook geen vrij besteedbare munt. Alleen bij een beperkt aantal bedrijven en instellingen kun je er kortingen krijgen en één keer per maand kun je met Makkies ook een waardebon kopen die – opnieuw bij een geselecteerd aantal bedrijven – wel vrij besteedbaar is. Is de Makkie dan gewoon een fooi?

Nu bij Dappere Dames en Buurtschouders en eerder bij het Blauwe huis hebben we anders ervaren. Voor een aantal mensen is de Makkie gewoon belangrijk en een uiterst wenselijke aanvulling op te lage inkomsten. En zo ontstond een mooie praktijk. Als organisatie gingen we zoveel mogelijk namen verzamelen van mensen die als vrijwilliger actief zijn zodat we een substantieel aantal Makkies konden verzamelen en deze dan weer konden herverdelen onder de deelnemers die de Makkies echt nodig hadden. Zo gebruikten we ook de waardebonnen om een keer per week een gaarkeuken te organiseren. Maar aan deze praktijken is nu een einde gemaakt doordat ‘de Makkie’ gekozen heeft voor een verregaand controlesysteem. Naast een lijst met namen moet nu ook worden aangegeven wat deze mensen doen en op welke tijden. En om dit op waarheid te toetsten kun je een bezoek verwachten van de Makkiecontroleur. Bonnen moet persoonlijk worden opgehaald enz. Waar de Makkie eerder nog een mooie hybride was en soms meer armoedebestrijding en dan weer meer  vrijwilligers-vergoeding ontwikkelt deze zich nu tot een controle-instrument dat ook zijn doorwerking heeft op de manier waarop organisaties hun activiteiten inrichten en hoe ze omgaan met vrijwilligers.  Dat is extra vervelend omdat er tegelijkertijd geen eenduidig beeld is over wat vrijwilligerswerk is. Enkele voorbeelden om dit te verduidelijken:

  1. Schoonmaak van de toiletten bij een speeltuin. Dit moet dagelijks gebeuren (en soms wel twee keer per dag) maar er is geen budget voor schoonmaak. Dit zou dus vrijwilligerswerk moeten zijn. Maar er is ook geen budget om hier een echte vergoeding voor te betalen (€ 5,- per uur) en dan wordt het dus een Makkie. Maar zonder goede schoonmaak moet de speeltuin dicht en toiletten schoonmaken is toch gewoon werk?
  2. Een voorwaarde voor het behoud van subsidie is dat alle activiteiten op sociale media worden aangekondigd. Dus het moet op ‘je kunt meer’ en op ‘buurtbalie’. Maar de echte werving verloopt via mond-op-mond, aanloop en netwerken. Dus wordt er gezocht naar een buurtbewoner met enige ICT-kennis en deze krijgt hiervoor een beperkte vergoeding (want er is geen budget voor een passende en zo ontstaat hier dus een onderbetaalde ZZP-er) die je echter niet mag compenseren met extra Makkies, want als iemand betaald wordt, dan mogen er geen Makkies worden gegeven.
  3. Dappere Dames heeft bestuursleden die bijna veertig uur per week aan de organisatie besteden. Want anders loopt het in de soep. Dat is dan weer gewoon liefdewerk….

Deze voorbeelden laten zien hoe ongeregeld en ongerijmd het vrijwilligersbeleid in de stad is. En daar mag wel eens verandering in komen. Maar onze ongemakkies zitten nu vooral bij het frustreren van het kleine beetje armoedebestrijding dat we als organisaties kunnen doen. Binnen onze groepen vrijwilligers zijn er teveel die het vrijwilligerswerk doen omdat dit een manier is om een klein beetje bij te verdienen, om gratis koffie en lunch te krijgen, om de dag door te komen en mee te kunnen eten bij de catering. En dan is wat in het beleid een goed draaiend bewonersinitiatief heet, in de praktijk vooral een door de nood afgedwongen overlevingsmodel. En dus wordt het tijd om opnieuw het gesprek te starten. Niet alleen over de ongemakkies bij de Makkie, niet over het vrijwilligersbeleid, maar hoe we bewoners die dat nodig hebben kunnen ondersteunen. Dat vraagt om de inrichting van een parallelle arbeidsmarkt, waar mensen die € 1700,- kunnen bijverdienen, waar mensen hun vaardigheden kunnen ontwikkelen en versterken en waar ze extra ondersteuning kunnen krijgen om weer met perspectief deel te kunnen nemen aan de samenleving. En terwijl dat gesprek gestart wordt geef organisaties de ruimte om naar eigen inzicht Makkies te kunnen inzetten. Soms als extraatje, maar waar dat nodig is ook gewoon als armoedebestrijding.

De besturen van
Stichting Dappere Dames
Stichting Buurtschouders